Advertenties

Friesland Zeilen

Overzicht evenementen

No events

Foto galerij

img_6064.jpg

Introduction in English

gb20vlagwapperend engels

Deel 3

Wedstrijdzeilen deel 3

In de vorige aflevering van de rubriek Wedstrijdzeilen – hoe gaat dat in zijn werk heb ik een aantal voorrangsregels uitgelegd. In deze aflevering ga ik e.e.a. uitleggen over de voorrangsregels bij merktekens (Regel 18).

Een van de belangrijkste definities bij een boei is de “Twee-lengten zone”. Dit is het gebied rondom een merkteken of hindernis binnen een afstand van twee romplengten van de boot die er het dichtste bij is. Je kan je voorstellen dat als een Optimist net voor een Regenboog bij een boei aankomt dat deze denkbeeldige cirkel veel kleiner is dan wanneer de Regenboog het dichtste bij is. Houd hier dus altijd rekening mee!

Een tweede belangrijke definitie is “Ruimte”.  In regel 18 is dit gedefinieerd als de ruimte voor een binnenliggende boot (het dichts bij de boei) om te kunnen ronden tussen een buitenliggende boot en de boei met inbegrip van ruimte om overstag te gaan of te gijpen wanneer dat normaal gesproken deel van de manoeuvre uitmaakt. In het kort, je hoort voldoende ruimte te krijgen om op een normale manier de boei te kunnen ronden en niet alles in het werk moet stellen om een aanvaring te voorkomen met de boei of de buitenliggende boot.

wedstr1  wedstr2  
             Twee lengten zone                                               Ruimte bij de boei

Regel 18.1 zegt dat regel 18 niet geldig is:

  • Bij een merkteken van de startlijn tijdens de start.
  • Als de ene boot over bakboord op de boei afvaart en de andere boot over stuurboord dan geldt gewoon regel 10, stuurboord wijkt voor bakboord.  In een druk veld met veel boten is het dan ook veiliger om de boei over bakboord aan te varen. Anders wordt het moeilijk om een gaatje te vinden.

Regel 18.2 – ruimte geven;vrij blijven:

  1. Wanneer boten een overlap hebben (boord-aan-boord liggen) als de voorste boot de twee-lengten zone invaart dan moet de buitenliggende boot de binnenliggende boot ruimte geven (om de boei te kunnen ronden) en vrijblijven (als de binnenliggende boot zijn koers kan zeilen zonder uit te wijken of onmiddellijk in aanvaring zou komen met de loefwaartse boot). Dit is een grondregel.
  2. Als na het invaren van de twee-lengten zone de overlap wordt verbroken blijft toch de binnenliggende boot recht op ruimte houden.
  3. Als een boot vrij voor ligt op het moment dat zij de twee lengten zone invaart moet de vrij achter liggende boot vrij blijven, ook wanneer hij later wel overlap krijgt.
  4. Als je de boot met voorrang van koers moet veranderen om de boei te ronden geldt regel 16 niet.
    Normaal gesproken mag je alleen overstag gaan als je de andere boot ruimte kan geven om vrij te blijven (regel 16). Bij een boei is dit anders. Als je vrij voor ligt bij het invaren van de twee lengte zone en er komt daarna een boot tussen jou en de boei liggen dan mag je wel overstag gaan en heeft die binnenliggende boot geen recht op ruimte. Hij had daar gewoon niet mogen varen…

Als twee boten voor de wind over verschillende boeg bij een boei aankomen en de twee lengte zone invaren dan geldt ook dat de buitenliggende boot vrij moet blijven. In dat geval geldt regel 10 (stuurboord wijkt voor bakboord) niet!

wedstr3  
 Ad 18.2(a)

Regel 18.3 – overstag gaan bij een merkteken:
Als de boten een boei over verschillende boeg naderen en een van de boten moet binnen de twee lengten zone overstag gaan terwijl de andere boot de boei kan bezeilen dan is regel 18.2 niet van toepassing. Verder geldt dat:

  1. De boot die overstag gaat de andere boot niet mag dwingen om hoger dan aan de wind te moeten zeilen. Je mag hem dus niet omhoog duwen om toch maar de boei te kunnen ronden.
  2. Als de andere boot (die niet overstag gegaan is) aan de binnenkant een overlap maakt heeft die wel recht op ruimte, ookal is deze overlap pas in de twee lengten zone ontstaan! Hij mag er dan gewoon tussenkomen.

Dit betekent eigenlijk dat de boot die overstag gegaan is de andere boot niet mag hinderen!

Regel 18.4 – gijpen bij een merkteken:
Wanneer een binnenliggende boot met overlap en voorrang (bv omdat hij over bakboord vaart en de ander over stuurboord) en moet gijpen om de boei te ronden mag hij totdat hij gijpt niet verder doorvaren dan strikt noodzakelijk is. Dit betekent dat hij niet een hele ruime bocht mag maken om op die manier de boei heel mooi te kunnen ronden. Hij krijgt alleen de noodzakelijke ruimte…

Regel 18.5 – een doorlopende hindernis voorbij varen (een wal, steiger of ondiepte)
In dit geval zijn regels 18.2 (2) en (3) niet van toepassing. Je mag alleen tussen een boot en een hindernis doorvaren als er op het moment dat de overlap ontstond genoeg ruimte was om dat te doen.

Bij regel 18 kan je zien dat het moment van invaren van die twee-lengten zone erg belangrijk is. Helaas is dit vaak ook heel erg moeilijk in te schatten, zeker met verschillende boten op een baan. Verder moet je vlakbij de boei goed kijken of je overlap hebt met andere boten. Zeker wanneer je een benedenwindse boei  aanvaart kan het wel eens zo zijn dat je overlap hebt met een boot die best ver weg lijkt te zijn. Als die boot recht op ruimte denkt te hebben zal die hard “ruimte!!!” gaan roepen. Het gebeurt echter ook heel vaak dat een boot toch nog vlak voor de boei ertussen wil komen. In veel gevallen mag dat niet omdat die boot bij het invaren van de zone nog vrij achter lag. Kijk dus goed om je heen als het druk is!

Als je door deze regels in verwarring bent en de boei raakt moet je zo snel mogelijk vrijvaren, zodat je niemand hindert, en een strafrondje draaien (360°, één keer gijpen en één keer overstag). Vroeger moest je een rondje rond de boei draaien maar dat was veel te gevaarlijk in de grote wedstrijdvelden en dat  hoeft dus al enkele jaren niet meer.

Dit was het voor deze aflevering. Vragen en commentaar zijn zeer welkom en kan je sturen de Commissaris Evenementen. Veel succes met het bestuderen van de regels!

Marleen Gaillard